In Gesprek Met: Tommy Wieringa

do 13 apr 2017

De dood van Murat Idrissi is nu verkrijgbaar in de winkel

2 maart presenteerde Tommy Wieringa zijn nieuwe boek De dood van Murat Idrissi in VondelCS. De redactie van VondelCS sprak met Wieringa over zijn rol als schrijver en over zijn nieuwe boek.

Tommy Wieringa

Inmiddels heeft u bijna 20 uitgaven op uw naam staan. Van een roman tot een 30-minuten boekje en van een boekenweekgeschenk tot een gebundelde reisnotities. Op welke leeftijd bent u begonnen met schrijven van teksten? Begint dit met een dagboek op een leeftijd van 10?

Het is begonnen met lezen, vertelt Wieringa. “Dat lezen evolueert zich dan inderdaad naar het schrijven van een dagboekje. Vanuit dit dagboek gaat dit geleidelijk over naar brieven, poëzie, het kortverhaal en ten slotte een roman. Zo verloopt die evolutie ongeveer.”

Sinds 1995 publiceert u uw boeken, columns en andere vormen van tekst, is er dan een punt waarop u beslist om werkzaam te zijn in de literatuur?

“Nee zo gaat dat niet, dat gaat eigenlijk sluipenderwijs, en heel amateuristisch. Ik heb het wel altijd gewild, schrijven, maar het duurde in mijn geval tamelijk lang voordat het een beetje lukte. Dan moet je een beetje krabbelen in de marge om het hoofd boven water te houden. Ik wilde ook geen baas hebben en dan ben je soms arm. Ik deed dan ook niks anders dan schrijven. Tien jaar na mijn debuutroman verscheen er een boek dat voor het eerst een publiek kreeg, Joe Speedboot. Dat boek heeft veel veranderd voor me.”

Afgelopen tijd bent u bezig geweest met uw nieuwe boek De dood van Murat Idrissi. Als u bezig bent met een boek, schrijft u dan de hele dag?

Wieringa schakelt met name tussen de ‘kleuren’ vader- en schrijver zijn: “Ik begin ’s morgens rond een uur of 5, dan worden een paar uur later de kinderen wakker en dan verschiet ik van kleur. Dan word ik van schrijver een vader en als ze dan later op de dag weer van school komen verschiet ik weer van kleur. Zo gaat dat een beetje.”

Welke techniek gebruikt u om een boek te schrijven, begint u en kijkt u waar het eindigt?

“Er is altijd wel een plan, waar ook op elk moment weer van afgeweken kan worden.” Wieringa heeft het over een verlicht moment waarin hij besloot het boek te schrijven. “Dat is werkelijk een verlicht moment, waarop je het hele boek in één enkel, helder moment voor je ziet. Alles daarna is arbeid.”

Voor Joe Speedboot schreef u al drie romans. Waarom denkt u dat juist Joe Speedboot doorbrak bij het grotere publiek?

Joe Speedboot is een heel vrij boek, het heeft hele vrije personages. Er zit veel plezier in. Een vrolijk soort anarchisme.”

Is dat gemakkelijker voor mensen om zichzelf in te herkennen?

Dat weet hij niet zeker. “Ik wist wat ik ermee wilde en had een sterk zelfvertrouwen terwijl ik schreef. Ik had niet het idee dat iemand het ooit zou willen lezen maar zelf vond ik het te gek. Toendertijd woonde ik in de polder tussen Weesp en Nigtevecht, aan de Vecht. Niemands meester en niemands knecht. De omstandigheden van mijn eigen autonomie en de autonomie van het boek hebben sterk op elkaar ingewerkt.”

Veel van uw werken hebben het thema migratie en grensoverschrijding, het nieuwe boek dat 3 maart uitkomt, maar ook Dit zijn de namen en het programma dat u maakte voor de VPRO. Waar komt deze fascinatie vandaan?

“Ik denk daar niet erg over na, het kan me niet zo veel schelen. Ik heb er, in het geval van De dood van Murat Idrissi, een goed verhaal in herkend. Een sterk verhaal dat mettertijd, naarmate het langer geleden was dat het zich afspeelde, steeds actueler werd.”

U doelt dus niet bewust op een actueel onderwerp, als we het hebben over het zogenaamde migratieprobleem?

“Nee dat komt dan toevallig samen. Ik had het boek ook geschreven zonder de Syrische vluchtelingenstroom en als er niet elke dag overladen scheepjes op de Middellandse Zee vergingen. Die opgedringerige actualiteit past niet zo bij de roman.“

Dat zou eerder in een documentaire passen.

“Ja precies, daar zijn andere genres voor. Bovendien ontstond het idee in 2004 en toen was er nog niet zoveel aan de hand als nu. Maar als zo’n boek dan vervolgens een actuele interpretatie krijgt, vind ik dat natuurlijk prima.” lacht Wieringa.

Wat zou u als advies willen meegeven aan alle beginnende schrijvers?

“Wat mij wel eens opvalt met beginnende schrijvers is dat ze vaak niet een echte boodschap hebben aan de literatuur. Dat lijkt mij een reusachtige vergissing. Schrijven begint met geweldig veel lezen, het verkennen van de oneindige ruimte van de literatuur. Er moet niks maar alles kan, tot je het gaat doen, dan moet het.” vertelt Wieringa.

Ten slotte heeft Wieringa nog een laatste advies.

“Stijl is niks, je moet gewoon schrijven en op een dag zal blijken of je een stijl hebt of niet. Het verbaast mij ook dat veel schrijvers stoppen met lezen wanneer ze gaan schrijven, omdat ze denken dat het lezen van anderen hun eigen stijl bederft. Als je eigen stijl daardoor bedorven wordt, dan is het een oud en ziek kasplantje, dat we beter kunnen omschoffelen.”

De dood van Murat Idrissi is nu verkrijgbaar in de winkel.