De Rosse Rafelrand

za 11 nov 2017

Zonder de branche te romantiseren schetst fotograaf Martijn Heil een beeld van de doorgaans gesloten wereld van de prostitutie.

Martijn Heil

Fotograaf Martijn Heil bezocht vanaf 1994 tot eind 2017 (met tussenpozen) een groot aantal prostitutielocaties in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam; steden die er elk een heel eigen beleid op na houden omtrent de regulering van prostitutie. Hij sprak er met hulpverleners, bordeelhouders en sekswerkers die hij op hun werkplekken, vaak tussen de bedrijven door in beeld heeft gebracht. Zonder de branche te romantiseren schets hij een beeld van de doorgaans gesloten wereld van de prostitutie en de gevolgen die het Nederlandse prostitutiebeleid hebben voor sekswerkers toen en nu.

Uitgangspunt is dat meerderjarigen die vrijwillig voor de prostitutie kiezen geen redding maar rechten nodig hebben en hun werk onder veilige omstandigheden moeten kunnen doen.

Het Nederlandse prostitutiebeleid is volop in beweging. Om misstanden te bestrijden is de wet in 2000 aangepast. Sinds 2014 wordt bestaand beleid vaak weer gewijzigd. Tippelzones zijn opgeheven, raamprostitutie teruggedrongen of volledig uitgebannen. De positie van sekswerkers is er niet altijd beter op geworden.​ Nieuwe maatregelen blijken te vaak neveneffecten te hebben die illegaliteit, uitbuiting en het werken onder riskante omstandigheden in de hand werkten.

Steeds meer sekswerkers verzetten zich dan ook tegen ‘mensenhandel paniek’. Onder het mom ‘seks is werk’ eisen ze het recht op om als normale beroepsgroep erkent en behandeld te worden.

Utrecht toen en later

Het Zandpad, ooit een bekende locatie voor raamprostitutie in Utrecht werd getypeerd als de gemoedelijkst hoerenbuurt van Nederland.

In ruim 40 woonbootjes in de Vecht wenkten sekswerkers er achter de ramen van hun peeskamers dagelijks een groot deel van de dag en nacht naar een trage stoet voorbijgangers. De woonarken hadden een loopplank, klanten konden daar worden beoordeeld. De peeskamer waren naar eigen inzicht gemeubileerd en er was een alarmknop. De exploitanten van de boten beschikten over een prostitutievergunning en hielden op straat toezicht op de veiligheid. Met een pasjessysteem werden werktijden geregistreerd, o.a. om uitbuiting te kunnen signaleren. Op last van de gemeente zijn in 2013 alle peeskamers in de Domstad wegens vermeende mensenhandel gesloten. Het plan om een nieuw Zandpad te realiseren is tot op eind 2017 niet van de grond gekomen.

Veel sekswerkers die op het Zandpad werkzaam waren zijn het niet eens met de sluiting en zijn noodgedwongen uitgeweken naar alternatieve werkplekken waarbij ze zich vaak buiten het zicht van de hulpverleners en overheid begeven. Ze werken op De Baan (de officiële tippelzone aan de Europalaan), in clubs (waar de uitbater vaak een groot deel van de omzet opeist) of thuis wat vaak illegaal en onveilig is. (Thuisprostitutie is riskant en wordt officieel niet gezien als seksbedrijf waar een vergunning voor nodig is. Wel moet de prostituee geregistreerd zijn. Ben je alleen (wat nodige risico’s met zich mee brengt) hoef je niet over een vergunning te beschikken. Schakel je een partner in om de boel bij onraad bij te sturen dien je een vergunning aan te vragen).

Rotterdam toen en later

In 1985 werd de G.J. de Jonghweg, een drukke verkeersader aan de rand van de Rotterdamse wijk Middelland-zuid door het gemeentebestuur aangewezen als officiële gedoogzone voor straatprostitutie. Sekswerkers tippelden er vanaf de schemer tot vroeg in de ochtend langs de straat. In een bouwkeet in de berm werd er door de Rotterdams Stichting de Bulldog een huiskamerproject ‘Keetje Tippel’ gerund. Sekswerkers konden er even op adem komen, spuiten ruilen of een dokter raadplegen.

Geweld was op de tippelzone aan de orde van de dag. In de auto waren prostituees aan de willekeur van hun klanten overgeleverd. Intimidatie, verkrachtingen, mishandeling of erger vormden reële risico’s. Hulpverleners omschrijven de tippelzone als ‘een jungle’. In een interview met journalist Margot Smolenaars (nrc.next 29 mei 2016) stelt voormalig projectwethouder Johan Henderson (PvdA) dat hij op de zone ‘niets dan verloedering en criminaliteit’ zag. “Om het te controleren, faciliteerden we het ”zegt hij. “Het was er, dus konden we het maar beter in goede banen leiden en voor de zwaksten zorgen”. Maatschappelijk werker Piet Kamper beschrijft de gedoogzone in hetzelfde interview ‘als een poel van ellende’. Kamper: “Verslaafde meiden die alles deden voor een shot werden er voor vijf gulden een hele avond misbruikt. De prostituees gingen destijds gewoon door met hun werk omdat ze weinig andere keus hadden.”

In het centrum van Rotterdam werd door de Bulldog een opvanghuis voor dag en nacht gerund waar verslaafde prostituees de mogelijkheid kregen om deel te nemen aan methadonprogramma’s en herstel en uitstapprojecten.

Vanaf 2005 is alle straatprostitutie in Rotterdam illegaal en controleert de gemeente exploitanten van bordelen en sekshuizen intensief om misstanden in de seksbranche tegen te gaan. Ondernemers die hun vergunning willen verlengen moeten afstand nemen van eventuele illegale praktijken die zouden kunnen duiden op mensenhandel en worden verplicht om aandacht te besteden aan goede arbeidsomstandigheden. Vermoedens van mensenhandel of uitbuiting moeten direct gemeld worden. Exploitanten van de officieel geregistreerde bordelen en sekshuizen plaatsen de nodige kanttekeningen. De ruim zestig officiële bordelen en sekshuizen die aan strenge regelgeving moeten voldoen zijn bij de handhavers en hulpverleningsinstanties bekend dus relatief makkelijk te controleren. De honderden thuiswerkers zijn lastiger in kaart te brengen en worden dan ook nauwelijks gecontroleerd. Mankracht en prioriteit ontbreken kennelijk. Daarnaast richt de gemeente zich op uitstapprogramma’s voor prostituees die de branche willen verlaten.

Amsterdam toen en later

Om vrouwenhandel en andere misstanden in de prostitutie te bestrijden is de gemeente Amsterdam in het kader van het 1012 project sinds 2015 bezig om het aantal bordeelramen terug te dringen. Van de oorspronkelijke 477 bordeelramen moeten er uiteindelijk 293 overblijven. Met het opzetten van het plan My Red Light dat begin 2017 haar deuren op de Wallen opende steunt de gemeente prostituees bij het op een veilige manier uitoefenden van hun werk. Maar niet alle sekswerkers die hun werkplekken zagen verdwijnen willen(of kunnen) bij My Red Light terecht. De vereniging ‘Proud’ die de belangen van sekswerker vertegenwoordigd heeft dan ook de nodige kritiek op My Red Light. En de praktijk? Op een doordeweekse dag blijven de meeste gordijnen voor ramen van My Red Light gesloten terwijl het elders op de wallen bruist van de activiteiten.